Zoeken Zoeken
Menu

Geen mens is een eiland

“Geen mens is een eiland,
in zichzelf besloten;
elke mens is een stukje continent,
deel van het vasteland.”

Deze woorden van John Donne kregen voor mij een nieuwe betekenis tijdens de paasviering op afdeling Niers van de Pompestichting.

De Niers is een afdeling voor langdurige forensisch psychiatrische zorg (LFPZ). Bewoners van deze afdeling verblijven hier in enorme afzondering. Niet alleen van de maatschappij, maar ook is deze afdeling afgezonderd van de andere afdelingen in de kliniek. Juist daarom is het zo belangrijk om af en toe zichtbaar te maken dat zij niet alleen staan.

In de voorbereiding op Pasen ontstond een eenvoudig idee. Wat als we een viering organiseren op de Niers? Toen iemand zich hardop afvroeg: “En wat als er maar één persoon komt?”, kwam het vastberaden antwoord van een staflid zonder aarzeling: “Dan doen we het voor die ene persoon.”
In die paar woorden lag volgens mij besloten: iedereen hier doet ertoe. Iedereen verdient aandacht, zorg, aanwezigheid. Geen discussie mogelijk.

Een andere vraag kwam even in me op—en als er niemand komt?
Maar ik slikte hem in. Blijf in het moment. Hier is geen dag hetzelfde. Vooruitlopen helpt niet.

Toch liet de gedachte me niet los. En juist daar ontstond gaandeweg het volgende idee.

Wat als we bewoners vooraf vragen naar hun lievelingsmuziek? Wat als we hun muziek laten klinken, ook als ze er zelf niet bij kunnen zijn? Dan steken we een kaars voor hen aan. Dan spelen we hun lied. Dan laten we hen later horen: we hebben aan je gedacht.

In de weken voor Pasen groeide het plan. Samen met de medewerkers van afdeling Niers en de geestelijke verzorging ontstond het idee voor een laagdrempelige paasviering. Buiten, onder het afdakje in de tuin. Met muziek, een verhaal, iets te eten, en een moment om stil te staan—een kaarsje voor iemand die gemist wordt.

De steun kwam van alle kanten. De keuken, Delta, collega’s van verschillende afdelingen. Het voelde als iets wat we samen droegen. Iets wat groter was dan het idee zelf.

En toen kwam de dag. Paasochtend. 5 april. Koud. Winderig.

Maar daar, midden in die gure ochtend, was warmte.
Vier bewoners kwamen, in twee kleine groepen. Hun gezichten straalden. Er klonk muziek, persoonlijke verzoeknummers. Er werd zelfs gedanst. Heupen die nog verrassend soepel meebewogen op de klanken van merengue.

De wind speelde zijn eigen spel. Kaarsen doofden telkens weer. Binnen de ruimte ernaast vonden we beschutting en staken opnieuw de kaarsen aan. Plotseling werd het stil. Gezichten werden zacht, ingetogen. Een zegen werd uitgesproken.

Daarna weer naar buiten. In een halve cirkel rond de pianist. Eenvoudig, misschien wat onhandig georganiseerd, maar oprecht. Echt.

Ik nam twee nummers op.

Enkele dagen later liet ik ze horen aan een bewoner die er niet bij kon zijn. Hij luisterde aandachtig.

“Erg mooi,” zei hij. “Wilt u de pianist bedanken?”

We keken elkaar even aan. In zijn stralende gezicht  zag ik in dat moment dat de boodschap die we hoopten over te brengen, was binnengekomen:

Je hoort erbij.
We hebben aan je gedacht.
Ook al was je er niet, dit was voor jou.

De woorden van John Donne kregen hier handen en voeten.

Met dank aan iedereen die dit mogelijk maakte—maar bovenal aan de mensen voor wie het bedoeld was.

 

Quang Nguyen, geestelijk verzorger