Zoeken Zoeken
Menu

KC25-005

10 februari 2025

Uitspraak onafhankelijke klachtencommissie Wvggz Gelderland Midden en Zuid

Inzake:  XX
Organisatie: Pompestichting
Klachtnummer KC25-005
Datum ontvangst klacht: 28 januari 2025
Schorsingsverzoek: Gehonoreerd
Datum hoorzitting: 5 februari 2025
Datum beschikking: 10 februari 2025

 

Aanwezig bij de hoorzitting

XX (klager)

XX (PVP)

XX (verweerder)

XX (voorzitter, jurist)

XX (psychiater)

XX (algemeen lid)

Ingediende klacht

Klager is het niet eens met toediening van medicatie als onderdeel van de verplichte zorg. Klager eist tevens een schadevergoeding.

Bevoegdheid klachtencommissie

Klager heeft een klacht ingediend over een situatie als bedoeld in artikel 10:3 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz). De klachtencommissie is op grond van artikel 10:1 lid 2 Wvggz bevoegd om uitspraak over deze klacht te doen.

Schorsingsverzoek
Het schorsingsverzoek om de toediening van de medicatie aan te houden tot de uitspraak van de klachtencommissie is toegewezen op 28 januari 2025.

Procesverloop

De klachtencommissie heeft op 28 januari 2025 een klachtenformulier ontvangen inzake verplichte zorg. Dezelfde dag zijn partijen geïnformeerd over de behandeling van de klacht en uitgenodigd voor een hoorzitting. Klager heeft toestemming gegeven voor inzage in zijn medisch dossier. Op 03 februari 2025 heeft de commissie het verweer ontvangen en aan partijen doen toekomen.

De hoorzitting heeft door middel van videoconference plaatsgevonden op 05 februari 2025. Partijen hebben tijdens de zitting hun standpunt toegelicht. Aan het einde van de hoorzitting deelt de voorzitter mede dat partijen uiterlijk 11 februari 2025 de uitspraak zullen ontvangen.

De klachtencommissie heeft met toestemming van klager inzage gehad in de volgende stukken:

–          Ingediende klacht met bijlagen 28-01-2025;

–          Schriftelijke toelichting klager d.d. 05-02-2025

–          Verweerschrift d.d. 03-02-2025;

–          Decursus 12-11-2024 t/m 31-01-2025.

–          Medische verklaring, d.d. 23-01-2024;

–          Beslissing verlenen verplichte zorg, d.d. 12-11-2024;

–          Beschikking zorgmachtiging, d.d. 25-09-2024;

–          Informatie tbv zorgmacht¡ging d.d. 02-09-2024

–          Zorgplan, d.d. 26-08-2024;

–          Zorgkaart (ongedateerd);

–          Beschikking verlengde crisismachtiging dd 23-08 2024;

Feiten

Klager is een XX-jarige man bekend met drugsgebruik en psychotische ontregelingen. Tevens is sprake van onderliggende ontwikkelingsproblematiek in de vorm van ADHD en Autismespectrum stoornis (ASS).

Bij beschikking van de rechtbank is op 25 september 2024 een zorgmachtiging afgegeven voor de duur van zes maanden (tot 25 maart 2025). Naar aanleiding van recidiverend psychotische ontregelingen en agressief gedrag is klager is op 12 november 2024 opgenomen op de afdeling XX te XX.

Verslag van de hoorzitting

De voorzitter opent de vergadering en licht de procedure toe. Alle partijen stellen zich voor.

Standpunt van klager

Klager licht toe dat hij het niet eens is met de toediening van Haldol en Paliperidon. Hij ervaart veel bijwerkingen. Zo wordt hij er zeer geagiteerd en opvliegerig van, voelt een enorme onrust tijdens uitvoerende werkzaamheden, slaperigheid, continue moeheid waardoor hij zelfs bedlegerig is geworden, parkinsonisme, seksuele stoornissen, duizeligheid bij opstaan, extrapiramidale bijwerkingen, en de scherpte van zijn zicht is ook minder geworden.

Hij wil dexamfetamine innemen. Hij is boos, verdrietig en teleurgesteld over de keuze van behandelaren voor depot ondanks de bijwerkingen. Klager benoemt dat hij is gediagnosticeerd met ADHD en ASS. De medicatie die aangezegd is, remt de opname van dopaminereceptoren, aldus klager, waardoor hij nog meer problemen zal ondervinden in de omgang met personen op sociaal, privé en op zakelijk gebied.

PVP vult aan dat klager een eigen betoog naar de klachtencommissie heeft gestuurd. Dit is pas vanochtend ontvangen. Omdat partijen het nog snel hebben kunnen lezen wordt het wel betrokken bij de behandeling van de klacht, besluit de voorzitter.

Tijdens de hoorzitting leest klager delen voor uit het betoog dat hij als aanvullende toelichting op zijn klacht heeft ingediend.

Een extra medicatie Akineton is voorgeschreven om de bijwerkingen van de antipsychotica te dempen, maar werkt alleen op de trappelende voetjes en enorme spasmen, waardoor klager niet meer kan lopen. Tevens is zijn cholesterol enorm gestegen, en door een arts benoemd als eventueel dodelijk wanneer er geen medicatie voor genomen wordt, stelt klager.

Klager is van mening dat de beste medicatie ADHD-medicatie dexamfetamine is. Dit strijkt ook de scherpe randjes van gedrag weer glad en brengt tevens rust in bewegelijkheid en het continue denken.

Een vorige GGZ psychiater heeft klager destijds ingesteld op 15mg dexamfetamine, 5x per dag. En dat werkte perfect, aldus klager, tot de medicatie voor angststoornispillen werd verlaagd tot 100mg ipv 200mg, hetgeen de angststoornis heeft versterkt en geleid heeft tot een heropname.

Klager is bang voor de aangezegde 3-maandelijks Paliperidon. Hij voelt zich niet prettig bij een langwerkend antipsychoticum in zijn lichaam en verwacht dat de agitatie dan juist zal toenemen bij klager. Hij kan het dan zelf niet stoppen als het ongemakkelijk wordt en zijn agitatie niveau door het dak gaat.

Standpunt van verweerder

Verweerder stelt dat klager alles terugbrengt naar het gebruik van antipsychotica. Dat klopt niet. Behandelaren proberen zoveel mogelijk rekening te houden met de dosering van de medicatie. Sinds augustus 2024 is de medicatie voor klager ingesteld op Haldol depot 50 mg/4 weken, hetgeen al een vrij lage dosering is. Tijdens de opname is de dosering van Haloperidol 50 mg/4 wk teruggebracht naar 30 mg/4 weken vanwege bijwerkingen. Haldol is een klassiek middel en bijwerkingen komen in dergelijke lage dosering erg weinig voor. De bijwerkingen zijn volgens verweerder door andere oorzaken te verklaren. Verweerder acht het gezien de neiging van betrokkene om middelen (amfetamine en/of 3MMC) te blijven gebruiken, niet verantwoord om tot volledige afbouw van Haldol depot over te gaan. Verweerder betreurt het dat de samenwerking met klager moeizaam verloopt.

Klager is het hier niet mee eens. Alles is te relateren aan een depot Haldol. De spuit gaat de bloedbaan in en maakt veel kapot. Er wordt geen rekening gehouden met de geestelijke gezondheid van een client, vult hij aan. Er wordt geen gebruik gemaakt van alternatieve medicatie of recreatieve middelen, vindt klager. Klager stelt dat niet bewezen is dat hij psychotisch is. Behandelaren hebben hem genoeg kunnen observeren. Daar is geen psychische stoornis uit gekomen, vult hij aan. De bijwerkingen van antipsychotica zijn zo heftig dat het alleen maar toegediend kan worden als een client akkoord gaat.

De commissie bevraagt klager over de verklaring van verweerder dat de situatie op de afdeling uit de hand is gelopen en het ook moeizaam verliep in huiselijke kring. Ook had klager een toegangsverbod bij de apotheek blijkt uit de stukken en problemen bij de huisartsenpraktijk.

Klager legt uit dat er bij de apotheek medicijnen uitgewisseld waren. Dat is niet toegestaan, aldus klager, en hij heeft daar een woordenwisseling over gehad. Ook is hij boos geworden over de extra kosten die hierdoor gemaakt zijn.

Over de huisarts benoemt klager dat hij veranderd was van huisarts. Dexamfetamine stond eerst voorgeschreven. In tweede instantie is dat eraf gehaald en kon alleen nog verstrekt worden op indicatie van de psychiater. Volgens klager deed de huisarts dat eerder zelf. Klager vindt het logisch dat je kwaad wordt als je dit soort dingen gebeuren en je er geen invloed op hebt. Klager heeft een boek op de grond gesmeten en is weggegaan.

De commissie vraagt of klager verslaafd is aan amfetamines omdat dit het enige is dat hij accepteert. Klager ontkent dit en stelt dat het de enige medicatie is die goed werkt bij ADHD. Hij heeft veel verschillende middelen geprobeerd, maar dit geeft het meeste rust. Dan gaan de scherpe kantjes eraf, aldus klager.

Desgevraagd antwoordt klager dat hij veel andere antipsychotica heeft geprobeerd de afgelopen jaren, zoals Risperdal, paliperidon, abilify en clozapine. Alles heeft bijwerkingen en was een drama, aldus klager. Aripiprazol zou de minste bijwerkingen hebben maar klager had er binnen 3 dagen al veel last van. Hij kon niet meer staan noch lopen, had drukkende pijn op de borst en soms moeite met ademen. Ook had hij last van vermoeidheid, minder scherp zicht en verhoogde cholesterol. Klager geeft aan dat hij een droge mond krijgt van alle medicatie, maar dat hij dat wel kan verdragen.

Verweerder benadrukt in de tweede ronde dat er geprobeerd wordt zoveel mogelijk rekening te houden met de wensen van klager. Zo is de Haldol verminderd en is gestart met een lage dosering lisdexamfetamine. Verweerder geeft aan dat klager een bepaalde fixatie lijkt te hebben jegens antipsychotica. Helaas blijft klager hierover in strijd met verweerder. Hierdoor blijft het moeilijk om vanuit samenwerking met klager te zoeken naar passende medicatie.

Klager benadrukt dat hij zich niet kan vinden in hetgeen verweerder zegt en blijft erbij dat er alleen gekeken wordt naar antipsychotica. Hij heeft diverse keren een verzoek ingediend om ingesteld te worden op dexamfetamine maar dit wordt steeds geweigerd, aldus klager.

Verweerder benoemt dat klager ook 3MMC heeft bij gebruikt op de afdeling en dit ook gedeeld heeft met anderen. Volgens klager is dit opgeblazen; hij geeft aan ‘ Ik ben geen dealer’.

In zijn slotwoord benadrukt klager dat de beste medicatie voor ADHD niet wordt voorgeschreven. ADHD is zijn hoofddiagnose en daar hoort die behandeling bij. Klager dankt de aanwezigen voor hun aandacht.

 

BEVINDINGEN VAN DE COMMISSIE

Ontvankelijkheid klacht en bevoegdheid commissie

Op grond van artikel 10.3 van de Wvggz kan een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van de in dat artikel opgenomen bepalingen. De klacht ziet op de uitvoering van de verplichte zorg en zijn gericht tegen de verplichte opname en beperking van bewegingsvrijheid zoals bedoeld in artikel 8:9 Wvggz en zijn ontvankelijk.

Gronden en overwegingen

Gelet op de ingebrachte stukken, de inhoud van de dossierstukken en het verhandelde ter zitting komt de klachtcommissie tot de volgende overwegingen.

Artikel 8:9 Wvggz bepaalt dat de zorgverantwoordelijke ter uitvoering van de (voortgezette) crisismaatregel en ter uitvoering van de zorgmachtiging een beslissing tot het verlenen van verplichte zorg niet neemt, dan nadat hij:

  1. zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van betrokkene,
  2. met betrokkene over de voorgenomen beslissing overleg heeft gevoerd, en
  3. voor zover hij geen psychiater is, hierover overeenstemming heeft bereikt met de geneesheer-directeur.

Allereerst en meer in het algemeen overweegt de commissie dat verplichte zorg bij psychiatrische patiënten een ernstige inbreuk is op hun persoonlijke levenssfeer en/of lichamelijke integriteit. Deze inbreuk dient dan ook met de nodige waarborgen omkleed te zijn. Daarom worden er zowel op juridisch als op medisch gebied eisen gesteld aan het mogen toepassen van verplichte zorg. Op juridisch gebied moet verplichte zorg voldoen aan de gronden van de Wvggz en aan vormvoorschriften zoals vastlegging van het zorgplan en het uitreiken van een voldoende gemotiveerde schriftelijke kennisgeving van de verplichte zorg.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting komt de commissie tot de volgende overwegingen en conclusies.

Wat betreft deze formele aspecten van de verplichte zorg stelt de commissie vast dat deze voldoen aan de wettelijke vereisten die hiervoor zijn gesteld.

Hoewel klager de stoornis en/of het toestandsbeeld ontkent, heeft de commissie geen reden om aan te nemen dat de diagnose is vastgesteld op grond van onjuiste informatie.

Voorts is naar het oordeel van de commissie voldoende aannemelijk dat er sprake is van ernstig nadeel, gelegen in een groot risico op onder meer maatschappelijke teloorgang en risico op agressief gedrag jegens anderen en voor zichzelf, waardoor gedwongen opname was gerechtvaardigd. Hierbij neemt de commissie in aanmerking dat eerst ambulante zorg was ingezet, maar dat klager na zijn middelengebruik meer geagiteerd/ontstemd was in conflict kwam met het verplegend personeel.

Voorts heeft verweerder naar het oordeel van de commissie voldoende aannemelijk gemaakt dat vrijwillige medicatie op dit moment niet lukt, nu klager blijft volharden in de ontkenning van zijn psychotische ontregeling en de gebeurtenissen omtrent zijn agressief gedrag lijkt te bagatelliseren. Verweerder heeft voldoende onderbouwd dat om die reden toediening van een depot noodzakelijk is om de psychose van klager te behandelen.

Gelet op het voorgaande wordt de klacht ongegrond verklaard.

Beroep

Klager, vertegenwoordiger of de zorgaanbieder kan door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift bij de Rechtbank Gelderland beroep instellen ter verkrijging van een beslissing over de klacht. De termijn voor het indienen van een verzoekschrift bedraagt zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan de betrokkene is meegedeeld.

Aldus besloten,

namens de Wvggz klachtencommissie,

i/o

 

XX

Voorzitter Wvggz klachtencommissie Gelderland Midden en Zuid

Datum: 10 februari 2025

Aantal bladzijden: 6