Zoeken Zoeken
Menu
Maatregel

KC25-036

24 juli 2025

Inzake                                     : XX

Instelling                                 : Pompestichting

Klachtnummer                         : KC25-036

Datum ontvangst klacht          : 24 juli 2025

Schorsingsverzoek                   : n.v.t.

Datum hoorzitting                    : 04 augustus 2025

Datum beschikking                  : 07 augustus 2025

 

 

Aanwezig bij de hoorzitting

 

XX (klager)

XX (PVP)

 

XX, psychiater (verweerder A)

XX, zorgmanager (verweerder B)

XX, jurist (verweerder C)

 

XX (voorzitter, jurist)

XX (psychiater)

XX (algemeen lid)

 

Ingediende klacht

Klager is het niet eens met de toepassing van de huisregels als onderdeel van de verplichte zorg.

Klager heeft toestemming gegeven voor inzage in zijn medisch dossier voor de behandeling van zijn klacht.

 

Bevoegdheid klachtencommissie

Klager heeft een klacht ingediend over een situatie als bedoeld in artikel 10:3 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz). De klachtencommissie is op grond van artikel 10:1 lid 2 Wvggz bevoegd om uitspraak over deze klacht te doen.

 

Procesverloop

De klachtencommissie heeft op 24 juli 2025 een klachtenformulier ontvangen inzake verplichte zorg. Op 25 juli 2025 zijn partijen geïnformeerd over de behandeling van de klacht en uitgenodigd voor een hoorzitting. Het verweer is op 31 juli 2025 naar partijen gezonden.

Partijen hebben tijdens de zitting hun standpunt toegelicht. De voorzitter deel mede dat partijen uiterlijk 07 augustus 2025 de gemotiveerde uitspraak tegemoet kunnen zien.

 

De klachtencommissie heeft met toestemming van klager inzage gehad in de volgende stukken:

–          Klachtenformulier en aanvulling klacht;

–          Verweerschrift;

–          8:16 Beslissing andere zorgverantwoordelijke, d.d. 22-08-2023;

–          Medische verklaring t.b.v. aanvraag zorgmachtiging, d.d. 08-01-2025;

–          Zorgmachtiging, d.d. 30-01-2025;

–          Informatiebrief verplichte zorg, d.d. 24-02-2025;

–          Beslissing verlenen verplichte zorg, d.d. 01-05-2025;

–          Behandelplan, d.d. 19-06-2025;

–          Zorgkaart, d.d. 27-12-2024;

–          Zorgplan, d.d. 17-12-2024;

–          Decursus en rapportages verpleegkundigen, 24-06-2025 t/m 24-07-2025;

–          Huisregels XX;

–          Beleid ten aanzien van naleven huisregels;

–          Officiële waarschuwing, d.d. 26-06-2025 en 22-07-2025;

–          Informatiemap XX.

 

Feiten

Klager is een XX-jarige man bekend met een schizofreniestoornis, neurobiologische ontwikkelingsstoornis en een middelgerelateerde verslavingsstoornis.

 

De rechtbank heeft een zorgmachtiging afgegeven met een ingangsdatum van 30 januari 2025 en een expiratiedatum van 30 januari 2026.

Verslag van de hoorzitting

De voorzitter opent de vergadering en licht de procedure toe. Alle partijen stellen zich voor.

 

Standpunt van klager

Klager is het niet eens met de sanctie die hem op basis van de huisregels is opgelegd. Hij vindt de maatregel te zwaar en is van mening dat ze hem ook naar zijn kamer hadden kunnen sturen naar aanleiding van het incident.

PVP stelt dat klager de sanctie buitenproportioneel vindt. Een andere maatregel was passender geweest. Twee dagen binnenblijven staat niet in verhouding tot het verkopen van een sigaret, aldus PVP. Zij constateert dat in de huisregels geen sancties beschreven staan. Dat komt overeen met de wetgeving hierover. Wel zijn er meerdere documenten waarin dit beschreven staat, zoals de informatiemap van de XX en het beleid ten aanzien van het naleven van de huisregels. Die regels zijn echter voor iedereen hetzelfde en kunnen dus niet  automatisch opgelegd worden, aldus PVP. Het is wel opgenomen in het zorgplan en andere documenten. Er is geen 8.9-brief uitgereikt terwijl klager het niet eens is met dit beleid. De individuele beslissing hierover ontbreekt daarom, aldus PVP. Er is niet gekeken naar de situatie, alleen maar naar de algemene uitgangspunten. PVP vult aan dat het zorgplan niet is ondertekend door klager. Dat is geen vereiste maar kan van invloed zijn op het feit dat klager niet op de hoogte was van de consequenties van zijn daden. Als er wel een 8.9-brief was uitgereikt dan was het kader helder geweest en ook de rechtsbescherming van klager beter gewaarborgd, aldus PVP.

 

Standpunt van verweerder

Verweerder A verklaart dat klager de langst opgenomen patiënt is op de XX met een verblijfsduur van 2 jaar. Hij vindt het daarom onwaarschijnlijk dat klager niet op de hoogte was van het beleid en de sancties die daaraan gekoppeld zijn. Deze worden ook altijd mondeling toegelicht door het team, aldus verweerder. Verweerder A verklaart dat de afdelingsregels losgezien worden van het toepassen van verplichte zorg. Deze gelden ook voor bezoekers. Verweerder A onderkent dat er een spanningsveld hiertussen bestaat.

Verweerder B vult aan dat er een scheiding gemaakt wordt tussen behandeling en veiligheid op de afdeling. Vanaf januari 2025 zijn er strengere regels vastgesteld ten aanzien van de afdelingsregels. Om dit in te leiden heeft zij in de eerste week van januari alle groepen bezocht en deze nieuwe regels uitgereikt. Zij vult aan dat de huisregels van 2024 nog wel van toepassing zijn.

 

Desgevraagd antwoordt klager dat hij wist dat handel in sigaretten niet was toegestaan. Hij was daar eerder op aangesproken en er was over gerapporteerd. ‘Maar ze konden me ook naar mijn kamer sturen’ zegt klager ter zitting. ’Dat is ook een vorm van straf geven’. Klager bevestigt dat hij de waarschuwingsbrief heeft ontvangen maar hij heeft geen schriftelijke bevestiging gehad van de sanctie waarbij hij 2 dagen geen vrijheden kreeg. Ook was het voor klager onduidelijk wanneer die 2 dagen ingingen. Verweerder 2 beaamt dit. Er wordt alleen een waarschuwingsbrief uitgereikt. Bij het toepassen van een sanctie wordt niet opnieuw een brief uitgereikt vanwege de stress die het uitreiken van een brief oplevert voor cliënten. Zij vult aan dat het dan beter in de waarschuwingsbrief opgenomen kan worden.

Verweerders hebben naar aanleiding van deze klacht geconstateerd dat de termijn waarop de sanctie van toepassing is, in dit geval 2 dagen, duidelijker gecommuniceerd moeten worden naar cliënten. Zij gaan dit intern oppakken en beter specificeren. Insteek is dat de sanctie ingaat op de dag nadat de overtreding geconstateerd is.

 

In de tweede ronde vult PVP aan dat erg gekeken wordt naar huisregels maar in het toelichtingsmodel van Wvggz Nederland staat dat de individuele beperkingen die zich richten op therapeutische interventies in het zorgplan moeten staan en niet in de huisregels. En ook dat voorkomen moet worden dat in de huisregels vergaande beperkingen van de bewegingsvrijheid worden opgenomen die eigenlijk in de zorgmachtiging thuis horen. PVP vindt dat er nu weer op wordt aangestuurd dit toch in de huisregels weg te zetten terwijl 2 dagen binnenblijven een verregaande beperking van de bewegingsvrijheid is. In verweer staat vermeld dat er geen sprake is van verzet maar er wordt ook niet genoemd dat er sprake is van expliciete instemming, aldus PVP, waarmee het dus ook gezien kan worden als verplichte zorg.

 

Verweerder A onderkent dit spanningsveld maar ziet de Wvggz al toepasbaar vanuit het toestandsbeeld en de afdelingsregels voor orde en duidelijkheid. Vanuit de Wvggz ziet verweerder geen reden om 2 dagen beperking van de bewegingsvrijheid op te leggen maar vanuit de huisregels ligt dat anders, vult verweerder A aan. De betwiste sanctie is ingezet vanuit de afdelingsregels.

Verweerder C constateert ook het dilemma bij het opleggen van individuele beperkingen op basis van de afdelingsregels maar voegt toe dat het vreemd zou zijn als je enerzijds regels moet maken en die vervolgens niet zou kunnen handhaven. Huisregels mogen gebaseerd worden op de omstandigheden, vult zij aan. De doelgroep van de XX is pittiger dan andere afdelingen.

In reactie op de inleidende woorden van de PVP stelt verweerder B dat een zorgplan in principe ondertekend wordt en dat er mogelijk een niet ondertekende versie is meegestuurd met de stukken.

 


BEVINDINGEN VAN DE COMMISSIE

 

Ontvankelijkheid klacht en bevoegdheid commissie

Op grond van artikel 10.3 van de Wvggz kan een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van de in dat artikel opgenomen bepalingen. Klager kan op grond van artikel 10:3 lid 1 sub k Wvggz klagen over de huisregels. Aangezien de klacht is gericht tegen de uitvoering van de huisregels zoals genoemd in artikel 8:15 Wvggz is de klacht ontvankelijk.

 

Beoordeling van de commissie:

 

Klager is opgenomen sinds augustus 2023 op de XX van de Pompe.

De klachtencommissie overweegt dat de kliniek op grond van artikel 8:15 Wvggz huisregels kan opstellen die nodig zijn voor de ordelijke gang van zaken en veiligheid in de kliniek. Deze huisregels zijn op 15 september 2024 vastgesteld en vervangen eerdere huisregels.

Klager is sinds 2023 opgenomen in de kliniek waar deze huisregels gelden. De huisregels zijn uitgereikt en mondeling besproken met klager, bij opname maar ook later namelijk in januari 2025. De consequenties van het niet nakomen van de huisregels zijn opgenomen in het behandelplan rehabilitatie (zorgplan) van klager, ook te zien in de meest recente versie van 19 juni 2025.

Sinds 6 januari 2025 is het beleid van de XX dat met nadruk de huisregels nógmaals met alle opgenomen patiënten besproken is en eveneens vastgelegd. In de huisregels is te lezen:

  1. Handel

Het is niet toegestaan om in goederen en/of diensten te handelen, goederen en/of diensten te ruilen en goederen te lenen.

In het zorgplan staat opgenomen:

“wanneer je de huisregels overtreed krijg je een officiële waarschuwing en worden jouw vrijheden voor 2 dagen ingetrokken (stap 1; begeleid naar dagbesteding of therapie, geen wandelingen)”. 

 

Uit het verweer: Gedurende de opname op de XX zijn er gesprekken geweest met klager over halen van drugs voor anderen. In 2025 zijn er regelmatig officiële waarschuwingen uitgereikt aan klager, voor roken op de kamer. Op 6 juli 2025 heeft verpleging met de heer gesproken over de gevolgen van handel op de afdeling, met het risico op een officiële waarschuwing, maar heeft met de dienstdoende verpleegkundige ook andere consequenties besproken.

Op 21 juli 2025 is de heer aangesproken op het uitwisselen van rookwaar, waar hij eerder op de dag geld voor ontvangen had. Hier is toen eerst het gesprek over aangegaan. Op 22 juli 2025 is gezien dat de heer sigaretten uitdeelt aan een groepsgenoot, waarvoor hij betaald krijgt. Hij heeft hier conform de huisregels een officiële waarschuwing voor gekregen. Hij is het niet eens met de waarschuwing, want dit beperkt het roken te veel, maar geeft dan niet aan dat hij zich verzet tegen consequenties.

 

Uit de rapportage op 23 juli 2025 om 23.31 uur staat het volgende geschreven:

 

“Dhr had afgesproken met een voormalige mede-pt. Deze pt had een slof sigaretten voor dhr gekocht, die hij ging ophalen. Dhr heeft XX X.X voorzien van rookwaar 2 euro per sigaret, Beide heren zijn aangesproken dat dit niet mag (handel), beide gingen door. Dhr heeft hierop rookwaar moeten inleveren en was zijn vrijheid tijdelijk kwijt. Dhr gaat hier een klacht voor indienen samen met PVP.”

 

En

 

“01. Vpk voortgangsrapportage¶23-7-2025 19:36¶MSCHE¶Concept¶MSCHE¶¶ Tweede dagrapportage: 1. Dagstructuur:…”

 

Hieruit concludeert de commissie dat de handel heeft plaatsgevonden tussen 19:36 uur en 23.31 uur op 23 juli 2025. Uit dezelfde rapportage is beschreven dat klager zijn vrijheid tijdelijk kwijt is.

De commissie gaat ervan uit dat twee dagen 2 x 24 uur bevat. De commissie constateert dat klager tweemaal een waarschuwingsbrief heeft ontvangen, op 26 juni 2025 en op 22 juli 2025.

De commissie constateert dat verweerder per direct, namelijk op 23 juli 2025 tussen 19.36 uur en 23.31 uur de consequentie van de overtreding (namelijk beperken van de vrijheid van 2 dagen) heeft uitgevoerd. Deze beperking van vrijheden eindigt dan op 25 juli 2025 tussen 19.36 uur en 23.31 uur. Klager heeft aangegeven dat hij de beperking van zijn vrijheden te lang vond duren, namelijk tot en met 25 juli 2025. De commissie constateert dat de beperking van zijn vrijheden exact 2 x 24 uur heeft geduurd, namelijk tot en met 25 juli 2025. Dat de klager de consequentie te zwaar vindt daar kan de commissie geen oordeel over geven omdat het niet in de huisregels staat opgenomen, wat juridisch juist is volgens de Wvggz. De klacht dient daarom ongegrond verklaard te worden. Omdat de klacht ongegrond verklaard wordt komt de commissie niet toe aan de schadevergoeding.

 

Het staat voor de commissie vast dat de beperking van zijn vrijheid niet in het kader van verplichte zorg is uitgevoerd. Ten eerste omdat er geen schriftelijke aanzegging (zgn 8:9 Wvggz brief) is uitgereikt en ten tweede dat mocht er sprake zijn van beperking van de vrijheid van klager zonder aangezegde schriftelijke brief, klager zich daar niet tegen heeft verzet. Uit de hoorzitting blijkt dat verweerders de beperking van zijn vrijheid (2×24 uur) na de schriftelijke waarschuwing opgelegd hebben en nadrukkelijk niet als een verplichte zorg. Verder klaagt klager klaagt over de toepassing van de huisregels en juist niet over de uitvoering van verplichte zorg.

 

De klachtencommissie verklaart de klacht ongegrond.

 

 

Beroep

Klager, vertegenwoordiger of de zorgaanbieder kan door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift bij de Rechtbank Gelderland beroep instellen ter verkrijging van een beslissing over de klacht. De termijn voor het indienen van een verzoekschrift bedraagt zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan de betrokkene is meegedeeld.

 

 

Aldus besloten,

namens de Wvggz klachtencommissie,

i/o

XX

Voorzitter Wvggz klachtencommissie Gelderland Midden en Zuid

Datum: 07 augustus 2025

Aantal bladzijden: 5