KC25-026
Aanwezig bij de hoorzitting
XX (klager)
XX (PVP)
XX, GZ-psycholoog (verweerder)
XX (voorzitter, jurist)
XX (psychiater)
XX (algemeen lid)
Ingediende klacht
Klager is het niet eens met de opname, medicatie en beperking bewegingsvrijheid als onderdeel van de verplichte zorg.
Klager heeft toestemming gegeven voor inzage in zijn medisch dossier voor de behandeling van zijn klachten.
Bevoegdheid klachtencommissie
Klager heeft een klacht ingediend over een situatie als bedoeld in artikel 10:3 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz). De klachtencommissie is op grond van artikel 10:1 lid 2 Wvggz bevoegd om uitspraak over deze klacht te doen.
Procesverloop
De klachtencommissie heeft op 21 mei 2025 een klachtenformulier ontvangen inzake verplichte zorg. Op 12 juni 2025 zijn partijen geïnformeerd over de behandeling van de klacht en uitgenodigd voor een hoorzitting. Op 18 juni heeft klager een aanvullende klacht ingediend over beperking van zijn bewegingsvrijheid. Het verweer is op 19 juni 2025 naar partijen gezonden.
Partijen hebben tijdens de zitting hun standpunt toegelicht. De voorzitter deel mede dat partijen uiterlijk 26 juni 2025 de gemotiveerde uitspraak tegemoet kunnen zien.
De klachtencommissie heeft met toestemming van klager inzage gehad in de volgende stukken:
– Klachtenformulier en aanvulling klacht;
– Verweerschrift;
– Zorgmachtiging, d.d. 28-11-2024 t/m 28-11-2026;
– Bevindingen GD, d.d. 03-10-2024;
– Zorgplan, d.d. 14-10-2024;
– Zorgkaart, d.d. 18-10-2024;
– Medische verklaring, d.d. 31-10-2024;
– Informatiebrief verplichte zorg, d.d. 24-12-2024;
– Beslissing verlenen verplichte zorg, d.d. 25-02-2025 en 12-05-2025;
– FPA delict analyse;
– Behandelplan, d.d. 12-05-2025;
– Rapportages verpleegkundigen, 12-05-2025 t/m 12-06-2025;
– Decursus, 12-05-2025 t/m 13-06-2025.
Feiten
Klager is een XX-jarige man bekend met schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging afgegeven met een ingangsdatum van 28 november 2024 en een expiratiedatum van 28 november 2026. In de zorgmachtiging is opname, medicatie en beperking vrijheden opgenomen als toegestane vorm van verplichte zorg.
Verslag van de hoorzitting
De voorzitter opent de vergadering en licht de procedure toe. Alle partijen stellen zich voor.
Standpunt van klager
Klager licht toe dat hij al 4 of 5 jaar geen vrijheden heeft. Hij is hier niet schriftelijk over geïnformeerd. Klager is het niet eens met de diagnose schizofrenie. Hij heeft PTSS en dit is volgens klager ook onderzocht en bewezen bij een second opinion 10-15 jaar geleden. Er was geen sprake van schizofrenie of psychoses. Dat is echter uit zijn dossier verwijderd, verklaart klager.
Klager stelt dat hij niet beter wordt door het beperken van zijn vrijheden. Er is eerder sprake van verslechtering omdat je verloedert, geagiteerd en gefrustreerd raakt als je geen vrijheden hebt. Het is ondraaglijk voor klager. Klager vindt dat hij steeds emotioneler en labieler wordt omdat hij omgeven wordt door mensen die dat ook zijn. Klager is van mening dat behandelaren heb slecht kennen omdat ze niet in gesprek met hem gaan. Er is geen interesse in hem en hij voelt geen empathie. Klager ervaart zijn omgeving als een angstcultuur. Er wordt steeds gezegd dat behandelaren zich zorgen maken om hem, maar klager ervaart het als intimiderend.
PVP vult aan dat klager graag wil leren omgaan met vrijheden. Dat kan alleen maar als je vrijheden krijgt. Klager krijgt nu niet de kans om te leren van zijn fouten. Het maken van eigen keuzes wordt hem ontnomen.
Ten aanzien van de stemmingsstabilisator stelt PVP dat verweerder dit ziet als vrijwillige medicatie. Er is geen verplichte medicatie aangezegd, maar klager ervaart dat anders. Klager geeft aan dat na het gesprek over de stabilisator gezegd werd dat het alleen een voorstel was, maar zo is het niet gebracht, aldus klager.
Klager vult aan dat hij een week geleden fysiek bedreigd en geslagen is door een andere bewoner van XX. Daar zijn camerabeelden van, aldus klager. Er is toen niet ingegrepen. Verweerder had wel toegezegd daar werk van te maken. Klager heeft niet teruggeslagen omdat hij bang was dat hij gesepareerd zou worden. Twee dagen later kreeg klager een brief dat behandelaren bang zijn voor fysiek geweld van klager. Klager concludeert dat behandelaren partijdig zijn. Er wordt met 2 maten gemeten. Klager mist inhoudelijke gesprekken. Hij is getraumatiseerd door het feit dat zijn broer is vermoord en zijn ouders zijn overleden. Klager is hierdoor heel achterdochtig geworden. Er wordt gezegd dat hij paranoïde is maar klager vindt dat onzin. Hij wordt steeds overgeplaatst terwijl anderen de oorzaak zijn.
Over de opname licht PVP toe dat het goed gaat met klager het afgelopen jaar. Zij leest dit ook in het behandelplan en vraagt naar het toekomstperspectief. Klager wil graag zelfstandig wonen. Dat lukt niet op deze manier. De huidige situatie sluit niet aan bij de behoefte van klager en PVP vraagt zich af of de verplichte zorg daarom wel doelmatig is.
Standpunt van verweerder
Verweerder verwijst naar het verweerschrift. Het beperken van de vrijheden van klager is doelmatig en wordt wekelijks in het MDO besproken. Verweerder licht toe dat klager is overgeplaatst vanuit XX met de vraag of er gedragsveranderingen worden waargenomen als klager abstinent is van drugs, in relatie tot het manische beeld dat de psychiater heeft vastgesteld. Er is minimaal 6 weken nodig om dit te onderzoeken, aldus verweerder. Daarom zijn er geen onbegeleide vrijheden toegestaan. Dit is gebeurd in samenspraak met klager, verklaart verweerder. Klager voelt zich onder druk gezet door andere bewoners op het terrein en meent dat het daarom goed voor hem is om geen vrijheden toe te kennen. Wel zijn er begeleide vrijheden vastgesteld. Hieronder vallen o.a. hardlopen met een begeleider, dagbesteding, zwemmen en twee keer onder begeleiding wandelen op het terrein.
Ten aanzien van de medicatie verklaart verweerder dat de psychiater, in gesprek met klager, heeft benoemd dat er sprake is van sterke stemmingswisselingen binnen gesprek en klager gevraagd heeft na te denken over toediening van een stemmingsstabilisator. Klager reageerde hier geagiteerd op en beëindigde het gesprek. Er is tot op heden geen stabilisator toegediend en er is geen sprake van dwang, aldus verweerder.
Zij vult aan dat klager overgeplaatst is naar XX naar aanleiding van het genoemde incident. Zij heeft klager geïnformeerd over zijn recht om een klacht in te dienen en heeft hem een klachtenformulier verstrekt.
Desgevraagd antwoordt klager dat het op groep 2 ook niet goed gaat omdat daar iemand geplaatst is waar klager in XX problemen mee had. Verweerder heeft daar niet over gesproken, ook niet over het feit dat de foto van zijn broer is gestolen. Klager heeft de politie gebeld maar kreeg daar ook geen gehoor. Het klopt niet wat verweerder tegen de commissie zegt, aldus klager. Zo krijgt hij al na 3 weken een depot terwijl de termijn 4 weken is. Nu wordt er weer gepraat over een stemmingsstabilisator. Klager vindt dit geen professionele houding en niet persoonlijk afgestemd op de persoon. Klager is toe aan de maatschappij en stelt dat hij de enige patiënt is die ze maar binnen houden.
Klager verklaart het depot vrijwillig te accepteren maar vindt dat het geen effect heeft. Hij ervaart bijwerkingen als geheugenverlies, trillen en zenuwschade. Klager moet vaker naar het toilet, heeft last van speeksel en bloed en ervaart bewegingsdrang. Hij accepteert de medicatie omdat het moet. Hij heeft wel gevraagd aan behandelaren of het wat minder zou kunnen. Klager is heel bang voor naalden. Ook is er geen bewijs dat antipsychotica effect, aldus klager. Klager vindt het vreemd dat de psychiater nu opeens voorstelt om een stemmingsstabilisator toe te voegen. Er is toch niets veranderd in het ziektebeeld?
De voorzitter benoemt dat het verweerschrift en de overige documenten later dan gevraagd zijn ingediend door verweerder. Hierdoor is de voorbereiding van de PVP met klager erg onder druk komen te staan. Verweerder had een andere deadline in haar hoofd en biedt hiervoor excuses aan.
Ook constateert de voorzitter dat er een document van een andere client bij de stukken zat. Verweerder zal hier een datalek melding van maken.
Tijdens de vragenronde blijkt dat er een aanzeggingsbrief aan klager is uitgereikt aan klager op 12 mei 2025. Deze wordt nagezonden door verweerder.
Desgevraagd antwoordt verweerder dat klager is overgedragen vanuit XX in verband met frequent drugsgebruik en groepsontwrichtend gedrag. Datzelfde gedrag is ook waargenomen op XX. Er worden veel opmerkingen gemaakt naar groepsgenoten door klager.
Klager staat op en verlaat de hoorzitting omdat hij het oneens is met hetgeen door verweerder ingebracht wordt. De PVP verlaat eveneens de hoorzitting.
Verweerder vervolgt dat het tijdens het verblijf van klager op XX om verbale agressie gaat. Er is geen sprake van fysieke agressie. Groepsgenoot heeft klager tegen de deur geduwd naar aanleiding van een opmerking van klager. Omwille van de veiligheid van klager is ervoor gekozen om hem over te plaatsen naar XX. Er waren meerdere signalen dat groepsgenoten hem te grazen wilden nemen, aldus verweerder.
Verweerder heeft twee keer geprobeerd hierover met klager in gesprek te gaan. Er was sprake van veel boosheid en angst bij klager en hij wilde daarom zelf ook graag op groep 2 blijven. Er is sprake van een andere cultuur op beide groepen, vult zij aan. Op XX verblijven meer kwetsbare mensen waarbij sprake is van meer achterdocht en psychotische belevingen. Groep 2 is meer gericht op structureren.
Klager heeft cognitieve problemen, aldus verweerder. Hij vergeet veel en haalt dingen door elkaar. Doel van de plaatsing op deze groep is om te ontdekken of er gedragsveranderingen zien bij abstinentie van drugs. Klager is al lang in zorg en er is al jaren geleden schizofrenie gediagnostiseerd. Waarbij vooral sprake is van (achterdocht) wanen. Klager denkt dat de politie hem te grazen wil nemen, ziet allerlei connecties met XX en vermoedt een heel systeem achter een andere client die hem lastig wil vallen. Met medicatie en zonder drugs nemen de wanen mogelijk af, aldus verweerder.
BEVINDINGEN VAN DE COMMISSIE
Ontvankelijkheid klacht en bevoegdheid commissie
Op grond van artikel 10.3 van de Wvggz kan een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van de in dat artikel opgenomen bepalingen. Aangezien de klachten zijn gericht tegen de uitvoering van de verplichte zorg zoals bedoeld in artikel 8.9 Wvggz zijn de klachten ontvankelijk.
Gronden en overwegingen
Gelet op de ingebrachte stukken, de inhoud van de dossierstukken en het verhandelde ter zitting komt de klachtcommissie tot de volgende overwegingen.
Artikel 8:9 Wvggz bepaalt dat de zorgverantwoordelijke ter uitvoering van de (voortgezette) crisismaatregel en ter uitvoering van de zorgmachtiging een beslissing tot het verlenen van verplichte zorg niet neemt, dan nadat hij:
- zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van betrokkene,
- met betrokkene over de voorgenomen beslissing overleg heeft gevoerd, en
- voor zover hij geen psychiater is, hierover overeenstemming heeft bereikt met de geneesheer-directeur.
Allereerst en meer in het algemeen overweegt de commissie dat verplichte zorg bij psychiatrische patiënten een ernstige inbreuk is op hun persoonlijke levenssfeer en/of lichamelijke integriteit. Deze inbreuk dient dan ook met de nodige waarborgen omkleed te zijn. Daarom worden er zowel op juridisch als op medisch gebied eisen gesteld aan het mogen toepassen van verplichte zorg. Op juridisch gebied moet verplichte zorg voldoen aan de gronden van de Wvggz en aan vormvoorschriften als vastlegging van het zorgplan en het uitreiken van een voldoende gemotiveerde schriftelijke kennisgeving van de verplichte zorg.
Klager is een XX-jarige man bekend met schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen. Klager klaagt over zijn verplichte opname, beperking van zijn vrijheden en medicatie.
Klager is tegen de opname. Hij wordt alleen maar slechter van de opname, geestelijk en emotioneel. Klager is iemand die zich aanpast aan zijn omgeving, ook in slechte zin, zoals drugs en verwardheid. Hij trekt zich op aan mensen die nuchter zijn, stabiel zijn, op hoog niveau dingen doen en uitdagingen nodig hebben. Anders vervalt hij in verwarde verloedering, een neerwaartse spiraal. Hij gaat van afdeling naar afdeling omdat andere cliënten achter zijn rug om zeggen dat ze last van hem hebben. Hij wordt vervolgens overvallen met een overplaatsing naar een andere afdeling. Hij krijgt geen voorbereidingstijd hierop. Dat vindt hij vreemd. Er wordt niet met hem hierover gesproken voorafgaand aan deze beslissingen. Het gaat resoluut. Ze overvallen hem met dit bericht. Dat maak ik allemaal mee. Zijn stemming wordt hierdoor anders, dat is niet gek. Dat heeft ieder mens.
Verweerder geeft aan dat betrokkene is opgenomen binnen de XX in het kader van kortdurend psychiatrische zorg, ter ondersteuning van XX, de langdurige opname accommodatie waar betrokkene verblijft. De opname is gericht op het bevorderen van abstinentie ten aanzien van middelengebruik en het stabiliseren van een psychiatrisch toestandsbeeld in samenhang met groepsontwrichtend gedrag.
De behandelende psychiater heeft aan klager een voorstel gedaan tot uitbreiding van het medicamenteuze behandelbeleid met Valproïnezuur (stemmingsstabilisator), gelet op klinische waarneembare toename van ontregeling, waaronder agitatie, expansief gedrag, grootheidsideeën, lichamelijke onrust en snelle wisseling in stemming. Van dwangmedicatie is op geen enkel moment sprake geweest. Het betrof een inhoudelijke behandeloverweging, waarbij betrokkene is geïnformeerd over de indicatie en het beoogde effect. Klager reageerde zeer afwijzend en beëindigde het gesprek voortijdig, waardoor een verdere toelichting over de indicatiestelling niet mogelijk was. Er is derhalve geen toediening van stemmingsstabilisator toegepast.
Betrokkene verblijft momenteel binnen een gesloten behandelsetting op grond van een geldige zorgmachtiging. De opname op deze afdeling is geïndiceerd vanwege eerder psychotische decompensaties geluxeerd door middelengebruik, ernstige groepsontwrichting en een verhoogd risico op terugval in middelengeþruik. Het toekennen van vrijheden vormt een belangrijk onderdeel van herstelgericht werken. ln de huidige behandelsetting worden vrijheden stapsgewijs opgebouwd op basis van een individueel risicotaxatiebeleid, in samenhang met klinisch toestandsbeeld, gedragsobservaties en opnamedoelen. Binnen de huidige behandelcontext wordt vastgesteld dat betrokkene: frequent spanning en agitatie oploopt, een ambivalente houding toont ten aanzien van het gebruik van middelen, gevoelens van onveiligheid en achterdocht ervaart in contact met medepatiënten (op het terrein), beperkt ziektebesef en -inzicht toont, en een beperkt vermogen tot zelfregulatie heeft onder stressvolle omstandigheden. Op grond hiervan is besloten om betrokkene in eerste instantie enkel begeleide vrijheden toe te kennen. Deze vrijheden zijn recent, in lijn met nakomen van afspraken en positieve ontwikkelingen op gedragsniveau, uitgebreid naar begeleid deelname aan dagbesteding.
Uit de overgelegde stukken is voor de commissie vast komen te staan dat klager lijdt aan een psychische stoornis. De commissie heeft geen reden te twijfelen aan deze op een medisch deskundig psychiatrisch onderzoek gebaseerde diagnose. De Commissie gaat daarom bij de verdere beoordeling uit van de vastgestelde psychische stoornis.
Klager klaagt over de medicatie. De commissie heeft vastgesteld op basis van de documentatie en de hoorzitting dat er geen sprake is van verplichte medicatie. De Valproïnezuur (stemmingsstabilisator) is voorgesteld door de behandelaar aan klager. Niet toegediend of als verplichte zorg aangezegd. De commissie acht zich in deze klacht onbevoegd.
Ter bestrijding van het ernstig nadeel (agressie) is klager opgenomen in XX van de Pompe.
De commissie volgt de verweerder inhoudelijk in haar verweer. De overplaatsing naar XX is voor de eigen veiligheid voor klager, naar aanleiding van een incident op XX.
Klager klaagt over de beperking van zijn vrijheden op XX, daar waar hij nu verblijft.
Door verweerder is aangegeven dat onderzocht wordt wat de invloed van middelen bij klager is.
Op gedragsniveau zijn veranderingen binnen 6 weken zichtbaar zijn bij abstinentie van middelen.
Onderzocht wordt of een neurodegeneratieve stoornis uit te sluiten is bij klager. Klager kan wel met een begeleider zwemmen, wandelen, hardlopen en naar dagbesteding. Klager kan niet vrij naar buiten gezien het gevaar van mogelijk middelengebruik. De commissie kan verweerder hierin volgen, er zijn geen andere mogelijkheden om het cannabisgebruik 6 weken lang uit te sluiten. Dit beleid is afgestemd op het behandelkader en is gericht op stabilisatie, abstinentie en terugvalpreventie. De beperkingen van zijn vrijheden zijn dan ook proportioneel, subsidiair en doelmatigheid conform de Wvggz.
De commissie concludeert op basis van bovenstaande dat de klacht van klager over de opname en beperkingen van zijn vrijheden ongegrond zijn.
Uitspraak
De klachtencommissie verklaart de klacht tegen de verplichte opname ongegrond.
De klachtencommissie verklaart de klacht tegen de beperkingen van de vrijheden ongegrond.
De klachtencommissie verklaart zich onbevoegd jegens de klacht over de medicatie.
Beroep
Klager, vertegenwoordiger of de zorgaanbieder kan door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift bij de Rechtbank Gelderland beroep instellen ter verkrijging van een beslissing over de klacht. De termijn voor het indienen van een verzoekschrift bedraagt zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan de betrokkene is meegedeeld.
Aldus besloten,
namens de Wvggz klachtencommissie,
i/o
XX
Voorzitter Wvggz klachtencommissie Gelderland Midden en Zuid
Datum: 26 juni 2025
Aantal bladzijden: 7
