Zoeken Zoeken
Menu
Verplichte medicatie

KC25-056

17 november 2025

Uitspraak onafhankelijke klachtencommissie Wvggz Gelderland Midden en Zuid

Inzake                                     : [klager]

Instelling                                 : Pompestichting

Klachtnummer                         : KC25-056

Datum ontvangst klacht           : 03 november 2025

Schorsingsverzoek                   : n.v.t.

Datum hoorzitting                    : 06 november 2025

Datum beschikking                   : 17 november 2025

 

Aanwezig bij de hoorzitting

[XX] (klager)

[XX] (patiëntenvertrouwenspersoon/PVP)

 

[XX] psychiater (verweerder A)

[XX] klinisch manager (verweerder B)

 

[XX] (voorzitter, jurist)

[XX] (psychiater)

[XX] (verpleegkundige)

 

[XX] (ambtelijk secretaris Wvggz klachtencommissie)

 

Ingediende klacht

Klager is het niet eens de medicatie als onderdeel van de verplichte zorg.

Klager heeft toestemming gegeven voor inzage in zijn medisch dossier voor de behandeling van de klachten.

 

Bevoegdheid klachtencommissie

Klager heeft een klacht ingediend over een situatie als bedoeld in artikel 10:3 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz). De klachtencommissie is op grond van artikel 10:1 lid 2 Wvggz bevoegd om uitspraak over deze klacht te doen.

 

Procesverloop

De klachtencommissie heeft op 03 november 2025 een klacht ontvangen inzake verplichte zorg. Dezelfde dag zijn partijen geïnformeerd over de behandeling van de klacht en uitgenodigd voor een hoorzitting. Op 04 november 2025 is het verweer door de commissie ontvangen en doorgestuurd naar klager.

Partijen hebben tijdens de zitting hun standpunt toegelicht. De voorzitter deelt mede dat partijen uiterlijk 17 november 2025 de gemotiveerde uitspraak tegemoet kunnen zien.

De klachtencommissie heeft met toestemming van klager inzage gehad in de volgende stukken:

–          Klachtenformulier en 4 bijlages;

–          Verweerschrift;

–          Beslissing verlenen verplichte zorg, d.d. 28-10-2025;

–          Medische verklaring, d.d. 01-10-2025;

–          KMU Zorgmachtiging, d.d. 29-10-2025;

–          Behandelplan, d.d. 15-10-2025;

–          Medicatie overzicht;

–          Zorgplan, d.d. 30-09-2025;

–          Decursus 01-10-2025 t/m 03-11-2025;

–          Rapportages verpleegkundigen 01-10-2025 t/m 04-11-2025.

 

Feiten

Klager is een XX-jarige man gediagnostiseerd met een schizofreniespectrumstoornis, middelgerelateerde stoornis en een persoonlijkheidsstoornis.

De rechtbank heeft een zorgmachtiging afgegeven met een ingangsdatum van 29 oktober 2025 en een expiratiedatum van 29 april 2026.

De rechtbank heeft onder meer, en relevant in het kader van de klacht, medicatie toegewezen als toegestane vorm van verplichte zorg. 

 

Verslag van de hoorzitting

De voorzitter opent de vergadering en licht de procedure toe. Alle partijen stellen zich voor.

 

Standpunt van klager

Klager licht toe dat hij een overdosis paliperidon heeft gekregen de afgelopen maand. Google geeft aan dat de maximale dosering 175 mg per maand is. Klager heeft 275 mg toegediend gekregen. Als gevolg daarvan voelt klager zich naar en depressief. Daardoor is hij juist een groter gevaar voor zichzelf, stelt klager. Ook heeft hij dan sneller kans op een hartaanval en een lagere levensverwachting. Klager vindt dat hij wel ziektebesef heeft. Hij had eerder last van zware paniekaanvallen. Alleen de genoemde psychoses erkent klager niet. Hij kan gewoon een gesprek voeren met anderen en luisteren als het nodig is, ook al is hij het niet met de inhoud eens. Klager

verklaart dat hij een keer een witte pil heeft ingenomen waar geen naam op stond. Daarna werd hij heel naar. Zijn hart sloeg op hol en het voelde alsof er in zijn hart werd gestoken. Klager werd misselijk en had een hele droge mond. Hij heeft de pil uitgekotst, vertelt klager. Ook ging zijn bloeddruk enorm omhoog door die tablet en had hij bloed in zijn ontlasting. Verweerder gaf aan dat klager langer zou moeten blijven als hij zijn orale medicatie niet zou innemen. Daarom heeft hij het wel ingenomen. Klager voelt zich niet gehoord door behandelaren. Klager stelt dat behandelaren spelen met zwarte magie. Ze gebruiken dieren en kinderen. Demonen vallen mensen lastig en veroorzaken een psychose, aldus klager. De chemische industrie helpt daarbij. Met antipsychotica verdwijnen de demonen niet, aldus klager. Ze veroorzaken alleen maar veel schade.

PVP vult aan dat er een somatische meting is gedaan op 25 oktober waarbij klager een hartslag had van 139 om 99. PVP vraagt naar de data die genoemd worden in de 8.9 brief. Daar staat een datum uit 2024. PVP vraagt of dat over het documenten gaat. Het zorgt voor verwarring, stelt PVP.

 

Standpunt verweerders

Verweerder A verklaart dat klager de medicatie volgens protocol toegediend heeft gekregen in een dosering van 150 mg en 100 mg in de week erna. Hij benoemt dat behandelaren agitatie en groepsontwrichtend gedrag waarnemen bij klager. De genoemde bijwerkingen zijn verweerder niet bekend. Het weekend is er een arts betrokken geweest in verband met ontlasting problemen. Klager heeft zich niet laten onderzoeken. Verweerder A heeft geen aanwijzing dat klager andere medicatie heeft gekregen dan de paliperidon. Verweerder constateert dat de agitatie en achterdocht bij klager toenemen aan het eind van de werking van een depot. Klager is meerdere keren aangesproken op zijn gedrag en heeft een kamerverwijzing gehad. Zijn gedrag heeft effect op medepatiënten, aldus verweerder A. Klager heeft extra lorazepam gehad om hem rustig te krijgen. Dit hoort bij de  instelfase van antipsychotica dat eigenlijk best lang duurt voordat effect zichtbaar is, benoemt verweerder. Na toediening van het depot was gisteren enig herstel zichtbaar. Verweerder ziet een duidelijke relatie tussen de werking van de medicatie en het gedrag van klager.

Verweerder zal de 8.9-brief nakijken naar aanleiding van de opmerking van de PVP.

De commissie vraagt klager of hij het patroon herkent dat hij meer ontregelt als klager stopt met antipsychotica en meer drugs gaat gebruiken. Klager herkent dat niet. Hij vertelt dat hij 15 jaar geleden in aanraking is gekomen met de GGZ en pas de laatste paar jaar antipsychotica heeft gekregen. Daarvoor nooit. Zonder antipsychotica heeft klager meer zin in het leven, is hij behulpzamer en neemt meer deel aan de samenleving. Hij is dan een blijer en leuker mens, stelt klager. Klager accepteert wel een biologische vorm van medicatie maar heeft problemen met chemische middelen.

Verweerder stelt dat de behandeling van klager zonder medicatie veel langer zou duren. Bij klager gaat het om de afname van gedragsproblemen stelt verweerder A. Daarna kan klager met ontslag en is ambulante zorg mogelijk. In het verleden is klager meerdere keren gestopt met inname van medicatie in de ambulante setting, waardoor de gedragsproblemen weer toenamen.

De psychiater van de commissie heeft in het dossier gelezen dat klager eerder dit jaar zijn medicatie in overleg met behandelaren heeft afgebouwd maar dat klager weer snel in aanraking kwam met de politie daarna. Klager ontkent dat. Het ging niet mis door het niet innemen van medicatie maar omdat zijn zwager vroeg of klager mee ging naar [XX]. Zijn stiefouders gebruiken zwarte magie. Daardoor heeft klager 10 dagen niet kunnen slapen. Klager voelt liefde voor zijn biologische familie. Hij wil begrijpen hoe het kan dat hij volgens de gemeente in [XX] zou zijn geboren, terwijl hij in [XX] is geboren. Klager verklaart dat hij vanaf een jonge leeftijd met zwarte magie is behandeld. Toen klager terug kwam uit [XX] was hij veranderd. Hij sloot zichzelf op, wilde met niemand contact. Toen kwam de politie bij hem thuis. Klager voelde zich door hen opgefokt. Daarna kreeg hij een probleem met de eigenaar van de snackbar omdat die klager als buurvrouw aanspreken. Klager neemt daar afstand van. Zodra hij boodschappen heeft gedaan doet hij de deur op slot. Hij wil geen contact omdat er een samenzwering gaande is. Klager wil naar het paradijs. In deze wereld moet hij nog op de blaren zitten. Hij wordt zomaar meegenomen, zonder dat gevraagd wordt of hij toerekeningsvatbaar is.

Op een vraag van de commissie wat klager wel nodig heeft, antwoordt hij ‘mijn schepper, heer en bidden’. Je moet goed zijn voor andere mensen, elkaar helpen. Dat is mijn hobby, zegt klager. Klager benoemt de dag des oordeels. Als er niets meer leeft dan worden de doden opgewekt, aldus klager.

Tijdens de tweede ronde vult klager aan dat hij bang is voor de medicatie vanwege het gif. Hij heeft blauw bloed en houdt daarom nog stand, verklaart klager. Over de gevraagde schadevergoeding zegt klager dat de hoogte niet uitmaakt. Hij wil weer orde in de wereld.

 

BEVINDINGEN VAN DE COMMISSIE

Ontvankelijkheid klacht en bevoegdheid commissie

Op grond van artikel 10.3 van de Wvggz kan een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van de in dat artikel opgenomen bepalingen. De klacht ziet op de uitvoering van de verplichte zorg en is gericht tegen de verplichte medicatie zoals bedoeld in artikel 8:9 Wvggz en is ontvankelijk.

 

Gronden en overwegingen

Gelet op de ingebrachte stukken, de inhoud van de dossierstukken en het verhandelde ter zitting komt de klachtcommissie tot de volgende overwegingen.

Artikel 8:9 Wvggz bepaalt dat de zorgverantwoordelijke ter uitvoering van de (voortgezette) crisismaatregel en ter uitvoering van de zorgmachtiging een beslissing tot het verlenen van verplichte zorg niet neemt, dan nadat hij:

  1. zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van betrokkene,
  2. met betrokkene over de voorgenomen beslissing overleg heeft gevoerd, en
  3. voor zover hij geen psychiater is, hierover overeenstemming heeft bereikt met de geneesheer-directeur.

Allereerst en meer in het algemeen overweegt de commissie dat verplichte zorg bij psychiatrische patiënten een ernstige inbreuk is op hun persoonlijke levenssfeer en/of lichamelijke integriteit. Deze inbreuk dient dan ook met de nodige waarborgen omkleed te zijn. Daarom worden er zowel op juridisch als op medisch gebied eisen gesteld aan het mogen toepassen van verplichte zorg. Op juridisch gebied moet verplichte zorg voldoen aan de gronden van de Wvggz en aan vormvoorschriften zoals vastlegging van het zorgplan en het uitreiken van een voldoende gemotiveerde schriftelijke kennisgeving van de verplichte zorg.

Klager is een XX-jarige man. Klager klaagt over de verplichte medicatie van antipsychotica in de vorm van zowel een depot als oraal. Klager klaagt over bijwerkingen, hij ervaart het als een chemische vergiftiging. Zonder medicatie voelt hij zich beter, helderder en vrolijk. Hij vraagt zich af wie verantwoordelijk is bij blijvende schade en vraagt schadevergoeding.

Verweerder geeft aan dat klager bekend is met schizofrenie, religieuze wanen heeft en enkele jaren geleden door een religieuze beleving ontdekt heeft dat zijn tante in [XX] zijn echte moeder is. En dat hij niet in [XX] maar in [XX] geboren is. Hij is vervloekt door zwarte magie en alleen een imam kan met rituelen deze zwarte magie doorbreken. Hij ontkent dat hij ooit psychotisch is geweest en geeft aan dat hij geen antipsychotische medicatie nodig heeft. Klager heeft geen ziektebesef/inzicht. Klager is in de afgelopen jaar meerdere malen opgenomen geweest. Er zijn  meerdere politiecontacten geweest. Klager kan niet reflecteren op zijn gedrag (bedreigingen) en de impact hiervan op zijn omgeving en bagatelliseert en externaliseert zijn gedrag.

In september wordt klager wederom klinisch opgenomen wegens het verbaal bedreigen van familie, bedreiging met een mes van het personeel van een eetgelegenheid bij hem in de straat en het doen van (doods)bedreigingen richting behandelaren en politie waarbij hij een fors verwarde indruk maakt.

 

Beoordeling van de commissie:

Uit de overgelegde stukken is volgens de commissie gebleken dat klager lijdt aan een psychische stoornis. De commissie heeft geen reden te twijfelen aan deze op medisch deskundig psychiatrisch onderzoek gebaseerde diagnose. Er is sprake van risico op maatschappelijke teloorgang en het veroorzaken van agressie. Daarmee staat voor de commissie vast dat het gedrag van klager als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel. Ter afwending van dit ernstig nadeel heeft klager zorg nodig.

Verweerder heeft geen overeenstemming met klager over de inname van medicatie. Vermoedelijk is het staken van de antipsychotica in depotvorm in combinatie met een forse toename van alcoholgebruik oorzaak geweest van het snel verslechterende toestandsbeeld en daarbij recidive afgelopen periode. Daarom is overgegaan tot instellen van het antipsychotica depot.

De commissie heeft niet kunnen vaststellen dat er bij de dosering van de medicatie is afgeweken van het protocol en ook niet dat er andere medicatie aan klager is toegediend dan voorgeschreven.

De commissie is van oordeel dat de behandelaren in redelijkheid hebben kunnen beslissen dat het ernstig nadeel niet zonder een behandeling met medicatie kan worden afgewend en dat deze vorm van verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief zijn.

Het valt niet te verwachten dat een andere, minder ingrijpende, behandeling het ernstige nadeel kan wegnemen. Concluderend is de commissie van oordeel dat met het toedienen van depot medicatie voldaan is aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

Dit maakt dat de klacht jegens de verplichte medicatie (depot) ongegrond verklaard wordt.

Nu de klacht ongegrond is komt de commissie niet toe aan het beoordelen van het verzoek om schadevergoeding.

 

Uitspraak

De klachtencommissie verklaart de klacht gericht tegen de verplichte medicatie ongegrond.

 

Beroep

Klager, vertegenwoordiger of de zorgaanbieder kan door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift bij de Rechtbank Gelderland beroep instellen ter verkrijging van een beslissing over de klacht. De termijn voor het indienen van een verzoekschrift bedraagt zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan de betrokkene is meegedeeld.

 

Aldus besloten,

namens de Wvggz klachtencommissie,

i/o

[XX]

Voorzitter Wvggz klachtencommissie Gelderland Midden en Zuid

Datum: 17 november 2025

Aantal bladzijden: 6