KC25-035
Inzake : XX
Instelling : Pompestichting
Klachtnummer : KC25-035
Datum ontvangst klacht : 24 juli 2025
Schorsingsverzoek : n.v.t.
Datum hoorzitting : 01 augustus 2025
Datum beschikking : 05 augustus 2025
Aanwezig bij de hoorzitting
XX (klager)
XX (PVP)
XX, sociotherapeut/begeleider
XX, psychiater (verweerder)
XX (voorzitter, jurist)
XX (psychiater)
XX (algemeen lid)
Ingediende klacht
Klager is het niet eens met de opname als onderdeel van de verplichte zorg.
Klager heeft toestemming gegeven voor inzage in zijn medisch dossier voor de behandeling van zijn klachten.
Bevoegdheid klachtencommissie
Klager heeft een klacht ingediend over een situatie als bedoeld in artikel 10:3 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz). De klachtencommissie is op grond van artikel 10:1 lid 2 Wvggz bevoegd om uitspraak over deze klacht te doen.
Procesverloop
De klachtencommissie heeft op 24 juli 2025 een klachtenformulier ontvangen inzake verplichte zorg. Dezelfde dag zijn partijen geïnformeerd over de behandeling van de klacht en uitgenodigd voor een hoorzitting. Het verweer is op 30 juli 2025 naar partijen gezonden.
Partijen hebben tijdens de zitting hun standpunt toegelicht. De voorzitter deel mede dat partijen uiterlijk 07 augustus 2025 de gemotiveerde uitspraak tegemoet kunnen zien.
De klachtencommissie heeft met toestemming van klager inzage gehad in de volgende stukken:
– Klachtenformulier en aanvulling klacht;
– Verweerschrift;
– Medische verklaring t.b.v. aanvraag zorgmachtiging, d.d. 29-04-2025;
– Zorgmachtiging, d.d. 19-05-2025;
– Beslissing verlenen verplichte zorg, d.d. 02-07-2025;
– 8:16 Toewijzing andere zorgverlener, d.d. 02-07-2025;
– Behandelplan, d.d. 02-07-2025;
– Zorgkaart, d.d. 16-04-2025;
– Zorgplan, d.d. 16-04-2025;
– Medicatie overzicht;
– Verslag Woonstede, d.d. 22-05-2025;
– Decursus en rapportages verpleegkundigen, 02-07-2025 t/m 28-07-2025.
Feiten
Klager is een XX-jarige man bekend met een persoonlijkheidsstoornis, PTSS en middelgerelateerde verslavingsstoornis.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging afgegeven met een ingangsdatum van 19 mei 2025 en een expiratiedatum van 19 mei 2026. In de zorgmachtiging is opname opgenomen als toegestane vorm van verplichte zorg.
Verslag van de hoorzitting
De voorzitter opent de vergadering en licht de procedure toe. Alle partijen stellen zich voor.
Standpunt van klager
Klager licht toe dat hij al 4 weken is opgenomen. Het gaat goed met hem en hij wil weer naar huis en zijn leven weer oppakken.
PVP vult aan dat klager zijn moeder wil bezoeken. Hij krijgt tijdens opname geen behandeling. Klager wil fysiotherapie in de vorm van dry needling, maar dat wordt niet toegestaan. Klager kan zich niet vinden in de opvatting van behandelaren dat hij vereenzaamt en dat er zorgen zijn over zijn daginvulling. De problemen zijn ontstaan toen klager niet meer op afspraken bij XX verscheen. De reden hiervoor is dat klager de medicatie een keer niet had opgehaald omdat hij het vergeten was of er niet goed gecommuniceerd was. Tot die tijd kwam klager wel op afspraken. Hierdoor kreeg klager twijfels over het nut van de behandeling als het zonder probleem opgeschoven kon worden. Voor XX was de situatie ook reden om zich af te vragen hoe goed de behandelrelatie was. Zij kwamen tot een andere conclusie, aldus PVP. Er hebben een aantal weken gezeten tussen het einde van het contact met klager en de opname. In die tussenliggende periode zijn er geen ernstige incidenten geweest, vult PVP aan. De vraag is daarom wat de dringende reden was om klager op dat moment op te nemen en wat is er gedaan om opname te voorkomen.
De PVP constateert dat de ingediende aanzeggingsbrief opgesteld is door XX. Na overplaatsing naar XX is er geen nieuwe 8.9 brief opgesteld.
PVP stelt dat klager al jarenlang wekelijks behandeld wordt door een fysiotherapeut met dry needling voor zijn reuma klachten in nek en schouders. Er wordt gezegd bij Pro Persona dat deze behandeling niet evidenced based is en daarom niet ingezet wordt. PVP stelt dat deze therapie tegenwoordig veel gehanteerd wordt. Hij begrijpt dat het misschien niet bij Pro Persona wordt aangeboden, maar klager zou toch ook bij een reguliere fysiotherapeut behandeld kunnen worden?
Standpunt van verweerder
Verweerder stelt dat binnen de ambulante setting alles geprobeerd wordt om opname te voorkomen. Dat is ook hier gebeurd. Er waren echter veel meldingen vanuit het veiligheidshuis dat het niet goed ging met klager. Hij gebruikte veel cannabis, maakte een verwarde indruk en er waren veel incidenten rond zijn woning. Omwonenden hadden veel zorgen en er was overlast in de woonomgeving. De buurvrouw van klager is om die reden verhuisd, aldus verweerder. Klager zou een woning binnengedrongen zijn en dingen hebben gestolen. Ook zou klager een achterband van iemand hebben lek geprikt. Behandelaren hebben gekeken naar mogelijkheden om klager te stabiliseren zodat hij in zijn woning kon blijven. Dat is niet gelukt. Klager is zijn woning kwijtgeraakt. Het ambulante team heeft klager thuis bezocht maar er werd niet opengedaan. Toen is geprobeerd om met hem op het gemeentehuis af te spreken, of buiten in een park. Ook tevergeefs, aldus verweerder. Alle pogingen hebben niet geleid tot het gewenste effect. Klager was niet bereid om zijn medicatie in te nemen vanwege het ontbreken van ziektebesef. Uiteindelijk is besloten om hem op te nemen. Dit is met klager besproken. Omdat hij niet meewerkte is besloten dit binnen een verplicht kader te doen, aldus verweerder. Er bestond een sterk vermoeden dat er een psychiatrische ontregeling was. Klager heeft als kindsoldaat gewerkt en erg nare dingen meegemaakt. Er is sprake van PTSS en klager gebruikt cannabis om die dingen te verdoven. De zorgmachtiging is ook bedoeld om iemand in zo’n geval op te kunnen nemen en te behandelen. Inzet is ook om klager te helpen bij het vinden van een nieuwe woning.
Over de 8.9-brief merkt verweerder op dat er geen nieuwe aanzegging nodig is omdat deze client volgt en ook geldig is binnen een andere klinische setting. Dry needling wordt niet aangeboden binnen Pro Persona maar dat hoeft geen belemmering te zijn, aldus verweerder. Klager gaf aanvankelijk geen toestemming om informatie op te vragen bij zijn reumatoloog. Uiteindelijk heeft hij ingestemd. Volgens de reumatoloog is er geen contra indicatie voor dry needling. Het probleem is nu dat klager voldoende vrijheden opgebouwd moet hebben om die behandeling buiten het terrein van XX te kunnen volgen. Als de behandeling noodzakelijk zou zijn, zou het gefaciliteerd moeten worden. Dat is nu niet het geval, aldus verweerder.
Gevraagd naar de situatie voor opname zegt klager dat hij er niet veel over kan zeggen. Hij weet niet of buren bang voor hem waren. En als het zo is, dan begrijpt hij het niet. Hij loopt altijd terug als hij ziet dat er mensen buiten lopen. Klager erkent wel dat hij heel boos kan reageren en mensen dingen verwijten dat ze iets gedaan hebben wat niet hoort. Hij herkent zich niet in de bewering dat hij een auto vernield zou hebben en andere schade die hij aangericht zou hebben. Klager wil de gemeente vragen om nieuwe huisvesting als hij met ontslag gaat. Ook wil klager weer gaan werken. Hij vertelt ter zitting dat hij thuis XX maakt.
Desgevraagd verklaart verweerder dat er een behandelplan is opgesteld en besproken met klager. Behandelaren willen eerst weten wat er precies aan de hand is. Is er sprake van PTSS of een paranoïde persoonlijkheidsstoornis? Klager vertrouwt niemand vanuit trauma. Ook de verslaving aan cannabis speelt hierin mee. Klager geeft aan dit te gebruiken vanwege klachten vanuit de ziekte van XX waar hij last van heeft. Cannabis verzacht dan. Maar cannabis is ook verslavend en kan luxerend zijn voor psychoses aldus verweerder. Daarom willen ze klager ook observeren zonder drugs. Op basis van de informatie die er al is en de waanideeën van klager, willen behandelaren starten met antipsychotica. Ziektebesef en ziekte inzicht ontbreekt bij klager. Het gaat momenteel redelijk goed maar de achterdocht blijft, stelt verweerder. Deze week werd een verandering in gedrag geconstateerd. Vervolgens werd wiet op zijn kamer ontdekt. Klager werkt dus niet mee. Er zijn veel plannen, aldus verweerder, maar klager moet wel meewerken.
De commissie vraagt waarom klager geen toestemming geeft aan behandelaren om te communiceren met andere behandelaren van klager. Dat zou de opnameduur kunnen verkorten. Ter zitting geeft klager toestemming voor de uitwisseling van informatie, bijvoorbeeld tussen huisarts en psycholoog. Klager ontkent dat hij niet meewerkt met de behandeling maar geeft aan dat hij geen psychische problemen heeft. Hij heeft alleen een fysiotherapeut nodig.
In de tweede ronde merkt de PVP op dat in de 8.9-brief staat dat medicatie als verplichte zorg wordt verstrekt. Dit zou dan van toepassing zijn op XX en niet op XX. Verweerder beaamt dit. Klager krijgt dagelijks antipsychotische medicatie in de vorm van paliperidon aangeboden. Als hij weigert wordt het niet verplicht toegediend. Hij vindt het nog niet proportioneel om over te gaan op verplichte zorg.
BEVINDINGEN VAN DE COMMISSIE
Ontvankelijkheid klacht en bevoegdheid commissie
Op grond van artikel 10.3 van de Wvggz kan een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van de in dat artikel opgenomen bepalingen. De klacht ziet op de uitvoering van de verplichte zorg en is gericht tegen de opname zoals bedoeld in artikel 8:9 Wvggz en is ontvankelijk.
Gronden en overwegingen
Gelet op de ingebrachte stukken, de inhoud van de dossierstukken en het verhandelde ter zitting komt de klachtencommissie tot de volgende overwegingen.
Artikel 8:9 Wvggz bepaalt dat de zorgverantwoordelijke ter uitvoering van de (voortgezette) crisismaatregel en ter uitvoering van de zorgmachtiging een beslissing tot het verlenen van verplichte zorg niet neemt, dan nadat hij:
- zich op de hoogte heeft gesteld van de actuele gezondheidstoestand van betrokkene,
- met betrokkene over de voorgenomen beslissing overleg heeft gevoerd, en
- voor zover hij geen psychiater is, hierover overeenstemming heeft bereikt met de geneesheer-directeur.
Allereerst en meer in het algemeen overweegt de commissie dat verplichte zorg bij psychiatrische patiënten een ernstige inbreuk is op hun persoonlijke levenssfeer en/of lichamelijke integriteit. Deze inbreuk dient dan ook met de nodige waarborgen omkleed te zijn. Daarom worden er zowel op juridisch als op medisch gebied eisen gesteld aan het mogen toepassen van verplichte zorg. Op juridisch gebied moet verplichte zorg voldoen aan de gronden van de Wvggz en aan vormvoorschriften zoals vastlegging van het zorgplan en het uitreiken van een voldoende gemotiveerde schriftelijke kennisgeving van de verplichte zorg.
Klager is een XX-jarige man bekend met een psychotische stoornis, ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornissen, stoornis in het gebruik van cannabis en PTSS.
Klager heeft een verleden als XX. Klager is verplicht opgenomen bij de XX in XX. Klager klaagt over zijn verplichte opname, hij wil de afspraken met XX vanuit zijn thuissituatie.
Klager is opgenomen om het ernstig nadeel te bestrijden. Klager komt soms op afspraken in de ambulante behandeling, maar geregeld ook niet. Huisbezoeken werden afgewezen en het contact was beperkt. Er zijn door de woningcorporatie, het veiligheidshuis, politie en buren zorgen geuit over klager. Op 19 mei 2025 werd klager door een medewerker van woningcorporatie XX verward en onverzorgd aangetroffen bij zijn woning. Hij praatte in zichzelf, schold, en maakte een agressieve indruk. In de daaropvolgende dagen kwamen meerdere meldingen binnen, zoals het vernielen van de auto van de buurvrouw. Verbale agressie en bedreiging richting de buurvrouw en haar familie. De wijkbeheerder heeft de buurvrouw elders kunnen huisvesten gezien het ernstige risico. Buurman werd beschuldigd van het aftappen van stroom door klager. Inmiddels is XX een uitzettingsprocedure gestart om klager uit zijn huis te zetten. De opname van klager is klinisch noodzakelijk op basis van structurele zorgmijding, achterdocht, en risico op ernstige schade bij uitblijven van behandeling. Hoewel klager in zijn klacht nadruk legt op behoud van autonomie en functioneren, schetst het dossier een ander beeld: toenemend isolement, afwijzing van zorg, dreigende maatschappelijke teloorgang en een gebrek aan probleembesef.
Beoordeling van de commissie:
De commissie kan de zienswijze van de behandelaren volgen. De opname is ingegeven om ernstig nadeel te voorkomen bij klager en zijn omgeving. Dit ernstig nadeel bestaat uit maatschappelijke teloorgang door het verliezen van zijn woning, (verbale) ernstige agressie richting mensen in zijn omgeving. Verder het zorgmijdend gedrag van klager doordat hij de ambulante afspraken onvoldoende nakomt.
In de hoorzitting ziet de commissie ook dat klager onvoldoende vermogen heeft om adequaat op vragen antwoord te geven. Klager lijkt de vragen niet te begrijpen.
Het doel van de opname is om de behandeling vorm te kunnen geven waardoor de ernstige nadelen beperkt kunnen worden. Dit maakt dat de opname als proportioneel gekwalificeerd kan worden, evenals subsidiair en veilig. Dit maakt de klacht over de verplichte opname ongegrond.
Uitspraak
De klachtencommissie verklaart de klacht gericht tegen de verplichte opname ongegrond.
Beroep
Klager, vertegenwoordiger of de zorgaanbieder kan door middel van een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift bij de Rechtbank Gelderland beroep instellen ter verkrijging van een beslissing over de klacht. De termijn voor het indienen van een verzoekschrift bedraagt zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan de betrokkene is meegedeeld.
Aldus besloten,
namens de Wvggz klachtencommissie,
i/o
XX
Voorzitter Wvggz klachtencommissie Gelderland Midden en Zuid
Datum: 05 augustus 2025
Aantal bladzijden: 5
